‘Wij beloofden moeder dat ze thuis mocht blijven tot het eind’

 

In 2017 is de moeder van Marianne en Ingrid overleden. Beide zussen weten uit ervaring dat de zorg thuis zwaar kan worden. ‘Wij beloofden onze moeder dat ze thuis mocht blijven tot het eind. Onze eerste gedachte was: dat doen we zelf. Overdag voor haar zorgen en ’s nachts bij haar slapen. Maar je slaapt niet. Je moet er steeds uit en uiteindelijk houd je dat niet vol.’

Marianne en Ingrid hadden wel van het Hospice gehoord, maar wisten eigenlijk niet dat de vrijwilligers van Sravana ook in de thuissituatie ondersteuning bieden. ‘We zijn er door een verpleegkundige op gewezen. Zij adviseerde ons om ondersteuning aan te vragen. Ze zag wel dat wij het zo niet vol konden houden.

We moesten wel even over een drempel om bij Sravana aan te kloppen. Je zit in zo’n gevoelige periode en het voelde een beetje als een tekortkoming van onszelf. Natuurlijk hebben we het ook met onze moeder overlegd. Zij moest er even over nadenken, maar vond het al snel goed dat wij contact opnamen met Sravana. Zij wilde toch wel graag dat wij konden slapen.’

Door ’s nachts goed te kunnen slapen, hadden beide zussen voldoende energie om er overdag voor hun moeder te zijn. “Het was een bijzondere tijd. Omdat we uitgerust waren, konden we overdag de familie ontvangen. We haalden ook lekker dingen in huis: we wilden gewoon doen. We hebben zelfs de trouwjurk van mijn moeder van zolder gehaald. Een kleindochter met dezelfde maat heeft de jurk aangetrokken en daar hebben met elkaar nog om gelachen.’

Marianne geeft aan dat het belangrijk was dat zij en haar zus de regie in handen hielden. ‘Het was zo fijn dat de vrijwilliger er was. We kregen al heel snel een band. Maar we wilden zelf voor mijn moeder zorgen. Dat wilden we niet uit handen geven.’

En dan komt het moment van afscheid. ‘De vrijwilliger ging op afstand staan zodat wij heel mooi bij mijn moeder konden zitten. Wij hebben veel aan Sravana gehad. De mensen die dit werk doen hebben iets speciaals. Ze zijn er gewoon, dat gaf ons rust. En je weet dat ze je roepen als het nodig is.’